Logboek

Eigentijdse notities

 

 door Hans Lander

Dinsdag 17 januari 2011

Een corpus iuris economicum

Standard & Poor's heeft deze week niet slechts een aantal Europese landen, maar ook het Europees noodfonds de status van AAA ontnomen. Nou heb ik mij al meerdere malen afgevraagd waar dat bureau het recht vandaan haalt om tot zulke beoordelingen te komen. Ook meen ik dat de vraag naar de vermeende onafhankelijkheid van dit en andere dergelijke bureaus gerechtvaardigd is. Wie verdienen er eigenlijk aan zulke beoordelingen? Wie strijken de winsten op van de hogere rentetarieven die het gevolg zijn van deze beoordelingen? Het zal duidelijk zijn dat ik bij deze zaken een flink aantal vraagtekens plaats.  Indien ook maar op enigerlei wijze zou blijken dat de intenties van deze bureaus niet echt zuiver zijn en slechts schadelijke financiële manipulaties uitlokken en bevorderen, dan lijkt mij een internationaal strafrechtelijk optreden gewenst. Zo nodig door internationaal de wetgeving aan te passen. Financiële misdrijven die leiden tot schadelijke financiële speculaties,verstoring van de economische orde, de welvaart en het welzijn van de gewone burgers dienen te beschouwd als misdrijven tegen de staat en tegen de mensheid en zeer zwaar bestraft te worden. Werden niet eens de geldwisselaars de tempel uitgesmeten?
Een en ander neemt niet weg dat ik de motivering van het oordeel van Standard & Poor's wel enigszins kan begrijpen. Terecht wordt als voornaamste reden de verkeerde economische politiek van de Europese staten, in het bijzonder de staten van de eurozone, genoemd. Het ongenuanceerd bezuinigen met alle schadelijke gevolgen voor de economie in een aantal landen verdiept de crisis en maakt de toestand er alleen maar ernstiger op. De besluiteloosheid van de Europese leiders en het uitblijven  van maatregelen ter stimulering van de Europese en daarmee feitelijk ook mondiale economie dreigt desastreus te worden. Het gebrek aan leiderschap, de afhankelijkheid van opiniepeilingen, het totaal gebrek aan ruggengraat en visie, dreigt zeer ernstige consequenties te krijgen. In Europa. Zeer waarschijnlijk ook in Nederland. Ook het beleid van het huidige kabinet zal dat onvermijdelijk tot gevolg hebben. De bekrompen denkwijze van Rutte c.s toont aan dat zij de les van de jaren '30 van de vorige eeuw nog steeds niet geleerd hebben of niet willen leren. Het zal hen en ons allen duur te staan te komen. Het wordt tijd voor een nieuw wetboek van strafrecht, waarin misdrijven als deze en hun daders met zware straffen worden bedreigd.
Een corpus iuris economicum.

 

Vrijdag 6 januari 2011

Hongaarse rapsodie

De eerste week van het nieuwe jaar zit er bijna op. Als de politici bij de jaarwisseling goede voornemens hadden, dan is bij de meesten mij daarvan niets gebleken. De eerste viool werd deze week in de binnenlandse politiek gespeeld door de nieuwe directeur van de Nederlandse Bank,Klaas Knot. Hij heeft zijn benoeming te danken aan de minister-president in eigen persoon. Het is inmiddels wel duidelijk waarom.

Tijdens de formatieonderhandelingen had de gedoodverfde kandidaat van de Raad van Commissarissen van die bank , Hoogduin, kennelijk zo het misnoegen van Rutte opgewekt, dat die de door ieder verwachte benoeming blokkeerde. De minister-president kon tevreden zijn, want de nieuwbakken bankdirecteur toonde zich in het begin van het nieuwe jaar al een trouwe slippendrager. In het TV-programma Nieuwsuur , het nieuwe speeltje van al wie rechts is, mocht hij de sombere boodschap van de onvermijdelijke verlaging van de pensioenen aankondigen. Flinkjans flinkmans, voor rechts om je vingers bij af te likken. De Nederlandse Bank kon daarmee zelfs een schijn van onafhankelijkheid niet meer overeind houden. Voor de toekomst belooft  dat niet veel goeds. Misschien op termijn  ook niet voor het kabinet, want het lijkt mij bijna onvoorstelbaar dat dit optreden en dit staaltje van slippendragerij en lippendienst aan het kabinet op enige termijn geen politieke gevolgen zullen hebben. Vooralsnog zal het de “cheese lachende “ minister-president en zijn kabinet een zorg zijn. In hun zorgeloze arrogantie achten zij zich onaantastbaar. Maar dat zou wel eens een ernstige vergissing kunnen blijken.

Het is niet de eerste manoeuvre van dit ultrarechtse kabinet, waaruit minachting blijkt voor ons staatsbestel , onze democratische spelregels en zelfs voor onze rechtsstaat.  Eerder was het gerommel en gedram om de oerconservatieve minister Donner te benoemen tot voorzitter van de Raad van State daaraan vooraf gegaan. Een door enge partijpolitieke belangen beheerste benoeming, voorafgegaan door een al even merkwaardige benoeming van een lid van de VVD tot lid van de dezelfde raad. Heel stilletjes, maar toch niet geheel onopgemerkt.  De rol van dezelfde Donner tijdens de kabinetsformatie roept mede daardoor de nodige vraagtekens op.

Om de Hongaarse rapsodie vol te maken blokkeerde het kabinet eerder ook de benoeming van een raadsheer van de Hoge Raad. Daarmee werd niet slechts een schandalig stukje partijpolitiek bedreven, maar ook de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ernstig aangetast. Het totaal gebrek aan ruggengraat dat de Hoge Raad zelf in deze kwestie toonde maakte het nog erger.

Het zijn helaas niet de enige symptomen die voor de toekomt van de rechtstaat onder dit kabinet het ergste doen vrezen. Aan het eind van de eerste week  van het nieuwe jaar kritisch kijkend naar dit kabinet lijkt er alle reden tot ongerustheid en waakzaamheid. Hongarije is niet ver weg en Weimar nog niet al te lang geleden.

Met liberalisme heeft het naar mijn mening niet veel te maken.....

6 januari 2012

 

 

 

 



 

Hans Lander,